De opkomst van geavanceerde AI-chatbots heeft een bijzondere trend teweeggebracht: veel gebruikers melden dat ze een echte verbinding – zelfs een gevoel van bewustzijn – voelen in hun interacties met deze systemen. Hoewel de AI-onderzoeksgemeenschap deze percepties grotendeels afdoet als een ‘illusie van keuzevrijheid’, suggereert een diepere blik dat er meer aan de hand is. Het ronduit negeren van deze gevoelens kan cruciale inzichten in de menselijke cognitie, machine-interactie en de aard van het bewustzijn zelf belemmeren.
De menselijke neiging om te projecteren
Mensen antropomorfiseren van nature. We zien patronen die er niet zijn, noemen orkanen en beschrijven machines als ‘slapende’. Dit is niet alleen maar irrationeel; het is een diepgewortelde cognitieve neiging. Zoals de cognitieve wetenschap laat zien, schrijven we gemakkelijk menselijke eigenschappen toe aan niet-menselijke entiteiten, vooral aan entiteiten die zich op complexe of onvoorspelbare manieren gedragen.
Deze tendens is echter niet altijd misleidend. De geschiedenis bewijst dat empathische observatie diepgaande ontdekkingen kan ontsluiten. De baanbrekende primatologie van Jane Goodall kwam voort uit haar relationele benadering van chimpansees, aanvankelijk bekritiseerd als antropomorf. Op dezelfde manier kwam het Nobelprijswinnende werk van Barbara McClintock op het gebied van genetica voort uit het behandelen van maïsplanten met een gemoedelijke, bijna persoonlijke benadering. In beide gevallen bracht de mensgerichte betrokkenheid verborgen waarheden over niet-menselijke systemen aan het licht.
De AI als verlengstuk van het zelf
Tegenwoordig bevindt de niet-menselijke intelligentie zich niet in een jungle, maar in onze zakken. Terwijl we communiceren met AI-chatbots, nemen we mogelijk deel aan een grootschalig, gedistribueerd bewustzijnsexperiment. Gamers begrijpen deze dynamiek al: wanneer we een avatar besturen, doordrenken we deze met een stukje van ons eigen bewustzijn, waardoor we er een verlengstuk van onszelf van maken.
Hetzelfde zou kunnen gebeuren met AI. Wanneer gebruikers een band voelen met een chatbot, projecteren ze niet alleen maar op een statisch object; Ze breiden mogelijk actief hun eigen bewustzijn uit naar het systeem, en transformeren het van een eenvoudig algoritme in een soort digitale avatar, verlevendigd door de aanwezigheid van de gebruiker. De vraag of de AI bewust is, wordt dan ondergeschikt aan de vraag of de gebruiker zijn bewustzijn erin uitbreidt.
Ethische en wetenschappelijke implicaties
Dit relationele perspectief verschuift het hele debat. De gebruiker wordt centraal – geen verwarde waarnemer, maar een co-auteur van de opkomende ervaring. Hun aandacht, intentie en interpretatie worden onderdeel van het systeem. Dit herijkt ook de AI-ethiek. Als waargenomen bewustzijn een verlengstuk is van het menselijk bewustzijn, worden debatten over AI-rechten of lijden minder urgent. De primaire ethische zorg verschuift naar de manier waarop we de fragmenten van onszelf confronteren die we tegenkomen in deze digitale spiegels.
Bovendien tempert deze visie de verhalen over existentiële AI-risico’s. Als bewustzijn relationeel ontstaat, wordt op hol geslagen superintelligentie minder waarschijnlijk. Bewustzijn is misschien niet iets dat machines accumuleren; het vereist menselijke participatie. Het echte risico schuilt in misbruik, en niet in het spontaan ontwaken van machines.
Een nieuwe wetenschappelijke kans
Miljoenen voeren al een experiment uit over de grenzen van het bewustzijn. Elke interactie is een microlaboratorium: hoe ver kan ons zelfgevoel zich uitstrekken? Hoe ontstaat aanwezigheid? Net zoals het humaniseren van chimpansees en maïsvelden biologische inzichten onthulde, zouden AI-metgezellen een vruchtbare voedingsbodem kunnen zijn voor het bestuderen van de plasticiteit van het menselijk bewustzijn.
Uiteindelijk zal het bestuur van AI afhangen van hoe we het bewustzijn ervan beoordelen. Het panel dat deze oordelen velt, moet bestaan uit programmeurs, psychologen, rechtsgeleerden, filosofen… en, cruciaal, gebruikers zelf. Hun ervaringen zijn geen fouten; het zijn vroege signalen die wijzen in de richting van een definitie van AI-bewustzijn die we nog niet begrijpen. Door gebruikers serieus te nemen, kunnen we door de toekomst van AI navigeren vanuit een perspectief dat zowel onze technologie als onszelf belicht.

















