De Environmental Protection Agency (EPA) heeft officieel haar ‘bedreigingsbevinding’ uit 2009 ingetrokken – de cruciale wetenschappelijke vaststelling dat de uitstoot van broeikasgassen een aanzienlijke bedreiging vormt voor de menselijke gezondheid en het welzijn. Deze actie ontmantelt een hoeksteen van het Amerikaanse klimaatbeleid, maakt deregulering van de uitstoot van voertuigen mogelijk en schept mogelijk een precedent voor bredere terugdraaiingen.
De bedreigingsbevinding: een historische context
Al meer dan tien jaar vormt de ‘bedreigingsbevinding’ de wettelijke basis voor de federale regulering van broeikasgassen onder de Clean Air Act. Dit volgde op een uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2007 (Massachusetts v. EPA ) waarin de bevoegdheid van de EPA werd bevestigd om verontreinigende stoffen, waaronder kooldioxide, te reguleren. De bevinding uit 2009 identificeerde specifiek de gevolgen van klimaatverandering, zoals toegenomen droogtes, extreme weersomstandigheden en stijging van de zeespiegel, als directe bedreigingen voor de volksgezondheid.
Waarom dit van belang is: Zonder deze bevinding is het vermogen van de EPA om emissienormen af te dwingen voor belangrijke bronnen zoals auto’s ernstig beperkt. De transportsector alleen al was in 2022 verantwoordelijk voor 28% van de Amerikaanse uitstoot, waardoor het een cruciaal gebied is voor klimaatmitigatie.
De grondgedachte en oppositie van de regering
EPA-beheerder Lee Zeldin omschreef het besluit als een grote deregulerende overwinning voor ‘Amerikaanse belastingbetalers en consumenten’, hoewel critici beweren dat de belangen van de industrie prioriteit krijgen boven de volksgezondheid. Het terugdraaien elimineert ook prikkels voor brandstofefficiënte technologieën zoals “stop-start”-systemen in voertuigen, die het brandstofverbruik met ongeveer 4% kunnen verbeteren.
De controverse: Tegenstanders, waaronder de Union of Concerned Scientists, beschuldigen de regering ervan te handelen onder druk van vervuilers, waardoor toekomstige generaties in gevaar worden gebracht. Democratische wetgevers, zoals vertegenwoordiger Sean Casten, hebben deze stap scherp bekritiseerd als een ontkenning van de wetenschappelijke realiteit, met het argument dat het negeren van de klimaatverandering dodelijke gevolgen zal hebben.
Twijfelachtige wetenschappelijke en juridische uitdagingen
Het besluit werd ondersteund door een rapport van het Department of Energy (DOE) uit juli 2025, geschreven door sceptici van de klimaatverandering. Interne beoordelingen van het rapport brachten aanzienlijke onnauwkeurigheden aan het licht, waarbij recensenten secties bestempelden als ‘misleidend’ en ‘niet feitelijk’. De terugdraaiing komt ook na de uitspraak van het Hooggerechtshof uit 2022 West Virginia v. EPA, die de autoriteit van het agentschap over de uitstoot van elektriciteitscentrales aan banden legde.
Juridische vooruitzichten: De actie van de EPA zal naar verwachting met juridische uitdagingen te maken krijgen. Gezien de recente staat van dienst van het Hof, vooral ten gunste van de belangen op het gebied van fossiele brandstoffen, blijft de uitkomst onzeker.
Toekomstige implicaties
De intrekking van de bevinding dat er sprake is van gevaar betekent een aanzienlijke verschuiving in het Amerikaanse klimaatbeleid. Het roept vragen op over de toewijding van de regering aan milieuregelgeving en zou verdere deregulering binnen federale agentschappen kunnen aanmoedigen. De langetermijngevolgen voor de volksgezondheid, de ecologische duurzaamheid en de internationale klimaatsamenwerking moeten nog worden bezien.
Dit besluit ondermijnt effectief tientallen jaren van wetenschappelijke consensus en regelgevende inspanningen, waardoor de gevolgen van de klimaatverandering mogelijk worden versneld en tegelijkertijd de bescherming van kwetsbare gemeenschappen wordt verzwakt.

















